Alsof je een dove laat luisteren naar het zingen van de walvissen

Inderdaad zijn ze van Standvast Wonen bij mij komen luisteren naar mijn klachten over geluidshinder die ik in de nachtelijke uren zou horen. Ik schrijf opzettelijk ‘zou horen’ erbij omdat ik bijna zeker weet dat ze er geen fluit van geloofden. Dat ze er nog steeds van overtuigd zijn dat het tussen mijn oren zit, dat ik mij dat allemaal inbeeld en dus het beste maar naar een voorstelling van Jomanda in Tiel kan gaan om het daar te laten bespreken. Ze zijn waarschijnlijk ook op cursus geweest waarin je leert om klantvriendelijk te glimlachen, minzaam te luisteren en alles op te schrijven.

En ook om tenslotte al die zeurmensen het bos in te sturen door ze geheel volgens de Richtlijnen Afhandeling Geluidszeurders het mooie Verhaal van het Laagfrequent Geluid te vertellen. In dat verhaal wordt het onvermogen van de mens beschreven. Dat je niet alles in de natuur kunt verklaren en opsporen. Dat je soms moet berusten en met je juk moet leren leven. Dat je ervan uit kunt gaan dat de overheid, de gemeente, de GGD, de woningcorporatie, kortom allen die van je houden het beste met je voor hebben en dat er nog nooit iemand van het Laagfrequent geluid gewonnen heeft.

Daar staan ze dan, tijdens zo’n luistersessie. Ja, ook luistervinken van de gemeente of de GGD. Nooit in de nacht want dat kan niet en mag niet omdat ze zich netjes aan de kantooruren moeten houden, zoals een van de telefonistes van Standvast mij vertelde. Door haar afgeknepen stem verbeelde ik mij dat ze krampachtig haar lachen moest inhouden over zoveel onbenul. En ze schreef het op denk ik om het straks bij de koffiemachine als mop van de dag te kunnen vertellen. Ja, je maakt wat mee, aan zo’n telefoon. Jawel. ooit kwam er iemand om een uur of zes in de ochtend langs. Op een moment waarop zelfs ik geen fluit van die hinderĀ  hoorden. Omdat het misschien een vrije dag was voor mijn buren die al die geluidsmachines en installaties nog niet hadden aangezet. Het werd mij niet in dank afgenomen.

In ieder gevel, daar staan ze dan. Overdag luisterend naar geluiden die alleen in de nacht hoorbaar zijn. Alsof je een blinde wijst op een lekkere meid of een dove laat luisteren naar het zingen van de walvissen.