De bouw van Het Orgelhuis – Leidingschachten, de mooiste uitvinding sinds de viool

In deze artikelenreeks bespreek ik de beste manier om een echt Orgelhuis van Standvast Wonen te bouwen. Deze informatie is ook handig voor een beter begrip van de manier waarop je het meeste genoegen aan je contacten met je woningcorporatie, de gemeente en andere muziekliefhebbers kunt beleven. De door mij beschreven tips en trucs worden al vanaf 1945 met veel succes door woningcorporaties en gemeentelijke diensten gebruikt. Ook de ontwerpers en bouwers van windmolens zijn er gek op.

De schacht
In de vorige afleveringen hebben we onder andere de geheimen van een goede fundering, het skelet en de klankkasten, de binnenwanden en de gevelvullingen en zelfs de centrale verwarming al uit de doeken gedaan. Vandaag neem ik jullie mee naar de leidingschacht. Zonder de leidingschacht zou er een hoop plezier van het luisteren naar Nachtconcerten ontvallen. Een goede leidingschacht loopt namelijk vanaf het dak – waar hij bij voorkeur in een blikkerige metalen schoorsteen uitkomt – onbelemmerd via de uitsparingen in de vloeren  het hele gebouw door om tenslotte in de kruipruimte uit te komen.

Leidingen
In de leidingschacht zitten leidingen zoals de naam al zegt. Dikke leidingen, zoals de luchtkanalen en dunne leidingen, zoals die van de electrische installaties. We gaan het hier hebben over die dikke jongens. Een goede leidingschacht bevat altijd de belangrijkste verzameling orgelpijpen die je in een Orgelhuis dient aan te treffen. Je treft er de afvoerleidingen van de riolering aan, de kanalen van de mechanische ventilatie lopen er doorheen en natuurlijk de kanalen voor de aanvoer van verse lucht en de afvoer van verbrandingsgassen van de CV-ketel zitten er in.

Swingende pijpen
Als je een beetje je best hebt gedaan bij de montage van de CV-ketel zitten er prachtige orgelpijpen in je leidingschacht die telkens als de verwarming in werking komt gaan resoneren met opgewekte en vrolijke trillingen. Die trillingen ontstaan door de ventilator, die zorgt voor de afvoer van verbrandingsgassen, de brander die zo’n geweldig klapperend geluid kan maken en de pomp die ook de leidingen aan het swingen brengt. Vooral als je ook nog even zorgt voor voldoende lucht in de leidingen en kalkaanslag voor de nodige wervelende ruisgeluiden, heb je daar bij je concerten veel profijt van.

Dreunen maar
Zorg voor een rioleringspijp met de dunste wand die je kunt vinden en doe er nooit of te nimmer anti-dreunfolie omheen of wat voor geluidsisolerende meuk dan ook. Het bederft een hoop plezier bij het luisteren straks en anti-dreunfolie is (serieus) echt niet voor dit soort leidingen geschikt, wat de leverancier er ook van zegt en hoe erg de kachel van de monteur ook moet branden. Dat spul werd oorspronkelijk uitgevonden om grote blikoppervlakken iets meer massa te geven waardoor het minder dreunde. Vandaar de naam. Ook in het bochtenwerk moet je absoluut geen isolatiemateriaal aanbrengen want dan zijn we echt verkeerd bezig en krijg je nooit een echt Orgelhuis.

Isolatie
En tenslotte zit er natuurlijk onze grote vriend de spiraalpijp van de mechanische ventilatie in. Gebruik kanalen van zo dun mogelijk blik en monteer ze zo strak mogelijk tegen de dunste wand aan. Ook die isolatiestrips tussen de pijp en de ophangbeugels moet je het raam uitgooien want als je die gaat gebruiken is het echt afgelopen met die prachtige schurende geluiden die er altijd uit dat kanaal komen.

Uitgewogen
Een goed gevulde leidingschacht is het belangrijkste instrument voor een uitgewogen muzikale beleving. Neem de afmetingen van de schacht altijd zo krap mogelijk zodat iedere inzittende optimaal gebruik kan maken van de geluiden van de buren. Want die steken elkaar zo mooi aan omdat ook hun leidingen in de schacht zitten. Die daarom elke verdieping een stuk groter wordt. Als er eentje zingt gaan ze allemaal. En het voordeel is ook nog dat je de doorgangen in de verdiepingsvloeren onopvallend klein kunt houden. Nooit geluidsabsorberend isolatiemateriaal tegen die zware betonwand aanplakken want dan ben je een hoop mooie geluiden kwijt waar je op andere manieren zo je best voor hebt gedaan. Plak dan maar wat meer tegen de gipskartonplaatjes aan die de leidingschacht omhult. En maak nooit de uitsparingen in de verdiepingsvloeren dicht want dan wordt de muziekstroom onderbroken en hoor je nooit meer die prachtige paukenslagen en het gefluit van Vivaldi dat uit je kruipruimte hoort te komen.

Participatiegeluid
Als je alles goed hebt gedaan en mijn adviezen voor het bouwen van Het Orgelhuis keurig hebt opgevolgd kun je genieten van het 1000-voudig versterkte gekwinkeleer van de mus die op de metalen prefab schoorsteen zit te zingen. Ook kun je boven je kruipruimte genietend gaan liggen luisteren naar het harder en zachter zetten van de mechanische ventilatie van de buren 5 verdiepingen hoger. En wat te denken van de klaterende geluiden van een paard dat in je hal lijkt te staan zeiken als de buren de WC doortrekken. Het zou mij niet verbazen als je diezelfde orgelgeluiden die er uit de kruipruimte komen ook op het dak bij die metalen schoorsteen kunt horen. Maar ik ga het dak maar niet op om daar achter te komen hoewel velen het mij wensen.

De volgende keer zullen we het over de invloed hebben van de gratis geluiden die via de bodem en de infrastructuur Het Orgelhuis bezoeken.