Het Orgelhuis de herhaling van Het Begin

De man van Standvast stond ingespannen te luisteren. Hij opende zijn mond een beetje en deed hem toen weer dicht. Hij slikte. “Ik hoor een vervelende piep”, zei hij en krabde met het puntje van zijn pink in zijn oor.

Hij glimlachte verontschuldigend. “Dus van uw geluidshinder kan ik weinig horen op het moment. Maar gelukkig hebben we op de zaak nog iemand die dit al vaker heeft opgelost. Laatst nog een geval in Beuningen. Maar hij is nu een paar dagen weg. Maar vóór het einde van volgende week komen we er op terug.”

Verbijsterd keek ik de man aan. Dit had ik toch al eens eerder gehoord?

Deze man had toch al eens eerder hier bij het aanrecht aan zijn oor staan krabben? Een déjavu heet zoiets dacht ik, dat je even denkt dat je niet alleen helderhorend maar ook helderziend bent. Hoe dan ook.

Eindelijk zou ik alweer verlost worden van het voortdurende gedreun met bijbehorend gefluit en gepiep, dat mij elke nacht en dat al maandenlang horendol maakte. De man nam afscheid. Bij de deur herhaalde hij nog even zijn belofte: “Uiterlijk eind volgende week”, zei hij. Door het raam zag ik de man naar zijn auto lopen. Een witte combi met Standvast Wonen op de zijkanten. Nu komt het in orde dacht ik, straks kan ik weer slapen.

Maar dat had ik de vorige keer ook al gedacht, toen de orgelman was weggegaan om nooit meer iets van zich te laten horen. En dat ik na een week of zes maar eens in de telefoon klom om te vragen of orgelman al iets wist en dat de telefoonmevrouw zei dat ie zó terug zou bellen. En dan belde je na 14 dagen nog maar eens want ze zullen het wel druk hebben gehad. Eindelijk werd er een nieuwe afspraak gemaakt. En dat was vandaag. Over zes weken zou ik opnieuw bellen om te vragen of de orgelman er was.

(wordt vervolgd)

Dit is het zoveelste deel van een langlopende serie over donker dreigende dreunen en hoge snerpende snieren die in de nachtelijke stilte opstijgen uit de ingewanden van Het Orgelhuis.