Het Orgelhuis Het Begin

De man van Standvast stond ingespannen te luisteren. Hij opende zijn mond een beetje en deed hem toen weer dicht. Hij slikte. “Ik hoor een vervelende piep”, zei hij en krabde met het puntje van zijn pink in zijn oor. Hij glimlachte verontschuldigend. “Dus van uw geluidshinder kan ik weinig horen op het moment. Maar gelukkig hebben we op de zaak nog iemand die dit al vaker heeft opgelost. Laatst nog een geval in Beuningen. Maar hij is nu een paar dagen weg. Maar vóór het einde van volgende week komen we er op terug.”

Dankbaar keek ik de man aan. Eindelijk zou ik verlost worden van het voortdurende gedreun met bijbehorend gefluit en gepiep, dat mij elke nacht en dat al maandenlang horendol maakte. De man nam afscheid. Bij de deur herhaalde hij nog even zijn belofte: “Uiterlijk eind volgende week”, zei hij. Door het raam zag ik de man naar zijn auto lopen. Een witte combi met Standvast Wonen op de zijkanten. Nu komt het in orde dacht ik, straks kan ik weer slapen.

In de zomer van 2010 was ik hier komen wonen. Een klein appartementje op de begane grond met een reusachtige tuin van 6 meter lang en 70 centimer breed. En een eigen heg, leuke mensen in de buurt, een speelpleintje met schreeuwende kinderen aan de overkant en nachtelijke feesten van studenten op de bovenverdieping. Kortom het kon niet beter.

Gedurende de eerste paar maanden verbleef ik nog op mijn oude adres. Ik nam rustig de tijd om te schilderen, dingen te verhuizen en laminaat te leggen. Ik nam er rustig de tijd voor. Soms hoorde ik een zacht gebrom en wat hoge ruisende geluiden. Niks bijzonders want dit herkende ik. De centrale verwarmingsinstallatie moest natuurlijk weer bijgevuld worden.

(wordt vervolgd)

Dit is het eerste deel van een langlopende serie over donker dreigende dreunen en hoge snerpende snieren die in de nachtelijke stilte opstijgen uit de ingewanden van Het Orgelhuis.