Klachtenafhandeling van Geluidshinder voor woningcorporaties en overheidsdiensten

Een tijdje geleden kwam mij een boeiend artikel, gebaseerd op de NSG-richtlijn, onder ogen dat u hieronder aantreft. Het artikel werd mij samen met nog wat andere folders over geluidshinder verstrekt door de GGD Nijmegen.

Wat mij nu sterk opviel was dat de gesprekken die ik met medewerkers van de verhuurder, de gemeente en de GGD had over mijn klachten precies overeen kwamen met hetgeen er in het geel gemarkeerde deel van het onderstaande artikel wordt geadviseerd. Deze markering is overigens niet door mij aangebracht. Iedereen in de afhandelingsketen heeft kennelijk hetzelfde trucje geleerd. Ook de afhandeling van een en ander gebeurt exact volgens het advies zoals dat in dit pamflet staat beschreven:

LFG Niessen et al GGD Handleiding by Bert Peters


Ik heb het bovenstaande advies van de opstellers van het pamflet wat aangepast aan hetgeen ik ervan ervaren heb:

– Indien iemand klaagt over wat voor geluid dan ook, gaat een medewerker van Het Afwijzingsloket van verhuurder, gemeente en GGD op locatiebezoek voor vraagverheldering en uitsluiting van gezondheidsaspecten.
– De medewerker let op de eventuele hoorbaarheid van het geluid en komt dus uitsluitend overdag luisteren, want dan is er wat ander omgevingsgeluid waardoor die geluidshinder gelukkig nauwelijks hoorbaar kan zijn. De medewerker constateert vervolgens dat hij niks hoort en vraagt of meer mensen het geluid kunnen horen. De klager zal een hele reeks bekenden en buren op gaan noemen maar daar moet de medewerker niet op reageren. Tijdens het opdreunen van die lijst met namen zal de klager mogelijk ook gaan schuimbekken dus het is zaak om onverstoord te knikken en even wat op te schrijven. Maakt niet uit wat.
–  Als bij het eerste bezoek er geen hoorbaar geluid aanwezig is, benadrukt de medewerker dat in een dergelijke situatie een onderzoekstraject om het geluid op tesporen en uit te schakelen nooit iets heeft opgeleverd en wel tot teleurstelling zal leiden. De medewerker gooit er al voorzichtig het LFG, het laagfrequent geluid in en beloofd om informatie en folders daarover toe te zullen zenden. De medewerker vraagt of de klager bekend is met tinnitus en hyperacusis. De medewerker raadt een medisch onderzoek aan.
– Bij een hoorbaar geluid kan onderzoek worden verricht naar de bron (dit komt gelukkig zelden voor). Een hoorbare verdachte bron wordt zo mogelijk tijdelijk uitgeschakeld om te beoordelen of de klachten daarmee verdwijnen. Begin met de bron die de klager als eerste als verdachte noemt. Beloof ferm dat dit wordt uitgezocht en laat verder niks anders meer dan een afwijzing horen.
– Indien er geen uitwendige bron of medische oorzaak is die verholpen kan worden, dan is het advies te leren omgaan met het geluid door cognitieve therapie of een andere psychologische interventie. Beveel de rustgevende ruis-CD van bijvoorbeeld Ad Visser aan.
– Bovenstaande werkwijze is bedoeld voor personen met gezondheidsklachten die zich tot de GGD wenden. Omdat het omgaan met gezondheidsklachten tot de competenties van de gezondheidszorg hoort, stellen wij voor om degenen die gezondheidsklachten aan LFG wijten en die zich bij de gemeente of een adviesbureau melden, naar de GGD te verwijzen. Als het vooral om een hinderklacht gaat, is verwijzen niet nodig.
– Maar het is aan te raden dat ook gemeenten en adviesbureaus geen metingen aanraden of uitvoeren als zijzelf het hinderlijke geluid niet kunnen horen. Enkel indien het geluid ook voor anderen hoorbaar is, is bronopsporing zinvol. Ga daarom nooit in op het voorstel van de klager om midden in de nacht even te komen luisteren. Medewerkers hebben zich te houden aan de kantoortijden en kunnen daar spijtig genoeg niet van afwijken.

De NSG-richtlijn is hier als PDF te downloaden.